het aanwakkerende licht op de zolder
is verlaten en verlicht nog slechts de zoden
van de paden waarop ik gelopen heb
gerend en gelegen
in de aanstormende hoogtes
van de dikke muur waarop hij gericht was
ligt hij nu te rotten in de zon
terwijl zijn ogen op mij gericht zijn
storm ik de trap af
als een slak die zijn sporen overal wil achterlaten
om niet te vergeten dat hij heeft bestaan
in het aanwakkerende licht van mijn vergane
ziel