als ik het zilte zout tussen
mijn tenen voel bewegen
de lavendel ruik en zilveren
meeuwen hoor schreeuwen
zal ik het geven
voor het water om op te nemen
als mijn grootste goed
mijn vlees en mijn bloed
de zee zal niet
willen weten en zwijgen
als mijn goud goed ondergaat.
zij zal de doornen niet voelen
mijn bloed niet proeven
mijn rode rozen mogen daar bestaan
daar waar ze ondergaan
zullen ze niet verdrinken
maar grenzen overgaan
daar waar jouw wimpers verlaten en
er geen rozen bestaan
zullen ze in hun nieuwe wereld opgaan