__________

 

Omdat ze - naar eigen zeggen - de mens in zijn geheel schildert, beperkt Caroline Westerhout zich bij tijd en wijle tot handen, gezichten en als het zo uit komt tot de vrouwelijke edele delen. Pars pro toto zeggen we dan: een deel representeert het geheel. In haar met grote vaardigheid en talent geschilderde doeken ontleent ze vrijelijk allerlei zaken aan de geschiedenis van de kunst, oud en modern door elkaar. Dat ze van Gustav Klimt's werk houdt is evident, maar ook de zeventiende eeuw kan haar bekoren. Maakt ze een doek in de trant van een bepaalde periode, dan kun je toch nooit van navolging of kopiëren spreken, want elk werk draagt nadrukkelijk het stempel van haar eigen stijl en uitgesproken persoonlijkheid. Ironie is haar daarbij niet vreemd. Haar werken hebben zo altijd een sterk zelf-reflexief karakter.

Dat de schilderijen mooi zijn staat buiten kijf. Onveranderlijk is er een gedachte belichaamd die niet alleen in beeld zichtbaar gemaakt wordt, maar waar in de voorstelling zelf door de kunstenares en de toeschouwer over gepeinsd én tevens naar gekeken wordt. Een dubbelfunctie dus die het werk uniek en bijzonder maakt. De klare heldere beelden zijn soms confronterend en niets ontziend zoals dat bij eerlijk denken hoort. Als tegenpool schildert ze vaak op bijna tedere wijze het lichaam, de kleurschakeringen in de huid en daarmee de kwetsbaarheid van de mens. 
Volop contradicties dus, maar zijn die niet van oudsher de motor van de geest?

 

__________